Mijn overgrootmoeder Jo Benner

1848 - 1910

Deel deze pagina op Facebook
kleurkipstraat

Rotterdam, 125 jaar geleden

Een ingekleurde foto van een oude straat in het vooroorlogse Rotterdam, rond 1900. Je staat nu op de Botersloot waarvan het water inmiddels is gedempt en kijkt in de richting van het oude stadhuis. Dit stadhuis lag ingeklemd tussen de huizen. Als je de gevels mag geloven lijken de huizen nog redelijk maar niets was minder waar. De woonomstandigheden waren allerberoerdst. Grote gezinnen, samengepakt in kleine donkere, vochtige en vaak koude kamertjes. De stadsbesturen in de 19e eeuw waren niet geïnteresseerd in de gezondheid van de arbeiders hoewel dat na 1880 wel flink verbeterde. De kindersterfte in die tijd was enorm. Zo verloor Grietje Kamper, mijn bet-overgrootmoeder, 8 van de 12 kinderen die ze kreeg. Toch overleefde ze haar oudste dochter Johanna. Grietje moet een ijzersterk gestel hebben gehad want ze werd 89 jaar.

De kwartierstaat

Bijgaand schema geeft een deel van mijn stamboom weer die ik hier bespreek. Het is slechts een klein deel en het ziet er ingewikkelder uit dan het is. De crux is dat mijn overgrootmoeder Johanna Cornelia Wilhelmina Benner drie keer getrouwd is geweest. Dat maakt het om schematisch weer te geven wat moeilijker. Als je het schema wat langer bestudeert zal het kwartje snel vallen. Onderaan sta ik. Daarboven staat mijn moeder, verbonden met een dichte lijn. Boven haar de vader van mijn moeder, weer met een dichte lijn. Dan weer een dichte lijn naar de ouders van mijn grootvader. En daarboven de ouders, Johan Bastiaan en Margaretha, van mijn overgrootmoeder Johanna. De stippellijnen geven de relaties weer.

Kleine Jo is 12 jaar

Rotterdam in 1860. Deze foto is genomen vanaf de toren van de Laurenskerk en deze kijkt uit naar het zuiden van de stad. Het water vooraan is de Kolk, daarachter ligt de Oude Haven die nog steeds bestaat. De brug ertussen is de Kleine Draaibrug. De straat op de voorgrond is de West Nieuwland.

Het Witte Huis staat er nog niet. Aan de overkant van de Maas ligt IJsselmonde, weilanden nog. Te zien is de bocht in de Maas. Voorbij de bocht, de andere oever, liggen, heel in de verte, de werven van de Stoomboot Maatschappij.

rotterdam_1861-Colorized
haagseveer

De Schie (nu de Schiekade)

Zicht op Rotterdam vanuit het centrum, nu naar het noorden, ook genomen vanaf de toren van de Laurenskerk. Goed te zien zijn de Delftsche Poort, drie korenmolens en de Schie. Op de voorgrond ligt het Haagsche Veer dat loopt naar de Delftsche Poort. In het midden van de foto, in de verte, staan twee molens achter elkaar. Tussen de molens ligt de Coolskade waar op het moment dat de foto is genomen Jo Benner en haar moeder woonden.

Moeder en dochter Kamper

Het verhaal begint bij Margaretha Kamper.

Margaretha’s roepnaam is Grietje en zij is het elfde kind en de jongste dochter van rietdekker Steven Kamper uit Haastrecht.

Zij is geboren op woensdag 21 februari 1827. Het hele gezin Kamper woont in de Kerkstraat 141 in Haastrecht, vlakbij de Nederlands hervormde kerk. Rond haar 10-de is het gezin Kamper naar Gouda verhuisd. Grietje gaat op jonge leeftijd, rond haar zestiende vermoedelijk, als dienstmeisje werken bij welgestelde mensen in Den Haag. Haar 6 jaar oudere zuster Cornelia werkt al in Den Haag en heeft haar aan werk geholpen. Het is het jaar 1845, een jaar waarin een grote hongersnood uitbreekt omdat de aardappeloogst dat jaar volledig mislukt is als gevolg van een plantenziekte.

In hetzelfde jaar sterven honderdduizenden Ieren als gevolg van de mislukte oogst en komt de grote emigratie vanuit Europa naar de Verenigde Staten op gang. Ook als gevolg van het tekort aan voedsel breken in verschillende plaatsen in Nederland, waaronder Den Haag, oproeren uit. Mogelijk was Johan daarbij betrokken als ordehandhaver namens koning Willem II.

Johanna Wilhelmina Cornelia Kamper

Haar dochter Johanna Wilhelmina Cornelia Kamper, kortweg Jo, is mijn overgrootmoeder, de moeder van de vader van mijn moeder. Haar moeder, Margaretha dus, is mijn betovergrootmoeder. De kleine Jo heette Kamper bij haar geboorte omdat moeder Grietje niet getrouwd was.

Omdat het aangeven van het kind bij de Burgerlijke Stand in Den Haag wel door Johan Bastiaan Benner werd gedaan, samen met z'n vriend Alfred Lagas, is het aannemelijk dat Johan Bastiaan de vader is van kleine Jo. J.B. en Alfred waren op dat moment beiden grenadier in het leger van koning Willem II.

Vrijwel zeker hadden J.B. en Grietje te weinig geld om te trouwen maar het is waarschijnlijk dat ze al wel een vaste relatie hadden. Misschien dat de moeder Benner, Maria, er wel wat moeite mee had. Want J.B. kwam uit de gegoede burgerij en Grietje was van eenvoudige komaf. Maar ja, liefde kent geen grenzen. En voorbehoedsmiddelen waren, als ze er al waren, wel heel erg primitief. Een eigenlijk ongewenste zwangerschap kwam heel vaak voor in die tijd. Heel vaak leidde dat tot een huwelijk kort daarna, om de eer van de families enigszins te beschermen.

JBBenner
De 10 jaar jongere broer van Jo

In het geval van J.B. en Grietje duurde het bijna 10 jaar na de geboorte van hun dochter Jo voordat ze trouwden. Grietje was op 5 mei 1857 bevallen van haar vijfde kind, Johan Bastiaan jr., maar haar jongste 3 kinderen waren daarvoor al gestorven door armoede en ziekte. Alleen Jo leefde nog en was bij hun trouwen op een maand na 10 jaar oud. Beide kinderen werden als wettig kind door J.B. erkend en heetten vanaf dat moment Benner in plaats van Kamper.

Dat ze nog steeds arm waren wordt bevestigd door de verklaring van armoede en de verklaring van onvermogen die bij hun huwelijkse voorwaarden is bijgevoegd. J.B. was hovenier maar verdiende niet veel. Ze woonden al op de Coolschkade in Rotterdam.

rotterdam_1865_660x528

Rotterdam 1865

De stad staat op het punt om uit te breiden in alle richtingen. Honderden jaren lang werd Rotterdam gevormd door een driehoek tussen Leuvehaven, de Delfsche Poort en het Oostplein (gele lijnen). Maar nu barst Rotterdam uit z’n voegen.

Johan Bastiaan en Grietje komen rond 1850 uit Den Haag en komen terecht in de Schubdevissteeg (groene stip). Later verhuizen ze naar de Coolskade of Coolsche Kade (rode stip), op de kaart nog echt in het buitengebied, aan de Schie.

De Halvemaansteeg in 1912

Dit straatje liep van de Zandstraat naar de Westerwagenstraat en lag midden in de buurt met de slechtste reputatie van Rotterdam. In de sloppen en stegen rond de Zandstraat werd gedanst en gedronken. Of vaak erger nog! Het was de belangrijkste uitgaansbuurt voor de zeelui die van over de hele wereld Rotterdam aandeden. In deze buurt werkte en woonde het volk, de mindere man. De meergegoeden, zoals de andere klasse toen heette, meden deze wijken. Net als de politie trouwens. Handhaven van de wet had hier geen prioriteit tenzij het uit de hand dreigde te lopen. Wat feitelijk betekende: als de gegoede burgerij er last van kreeg.

De huizen stonden aan drie zijden tegen elkaar aan zodat alleen aan de voorkant plaats was voor ramen en buitendeuren. Achterin waren bedsteden en achterkamertjes, donker en vochtig. Op deze foto zie je de huizen die aan de straat stonden. Vaak stonden er ook ‘huizen’ tussen de andere in, omringd door andere huizen. Daar kon je alleen komen via kleine doorgangetjes. In zulke huizen was daglicht heel schaars.

In deze buurt krijgt Johanna meerdere kinderen die allemaal vroeg sterven.

Begin 1910 hebben de Rotterdamse bestuurders genoeg van alle wetteloosheid rond de Zandstraat. Er wordt besloten een nieuw stadhuis te bouwen en daarvoor moet de hele wijk worden gesloopt. In 1914 wordt met de afbraak begonnen en wordt het nieuwe stadhuis aan de Coolsingel gebouwd.

(Met dank aan dhr. J. Hennink)

halvemaansteeg8

Johan Bastiaan Benner, grenadier

Rond het geboortejaar van Jo dient Johan Bastiaan Benner in het leger als grenadier. Geboren op zondag 14 mei 1820 is hij dan ongeveer 27 jaar.

overlijden
In 1840 overlijdt Johan Bastiaan Benner sr., bloemist in Den Haag. Het feit dat er een rouwadvertentie kon worden geplaatst betekent dat het relatief goed met de Benners ging. En met de advertentie werd niet alleen familie van zijn heengaan op de hoogte gebracht, maar ook klanten en zakenrelaties.In het bericht vermeldt Maria dat ze 7 kinderen hebben.

Een grenadier was een elitesoldaat die goed herkenbaar was aan zijn uniform en hoofddeksel. Grenadiers droegen een zgn. berenmuts, een hoge muts van bont.

Het garderegiment Grenadiers en Jagers was gelegerd in de Oranjekazerne aan de Mauritskade in Den Haag. Of Johan ook werkelijk intern in de kazerne is gelegerd is onduidelijk. Zijn ouders komen ook uit Den Haag. Zijn vader, die ook Johan Bastiaan heette, was bloemist en is in 1840 al overleden. Zijn moeder, Maria Schouten, zal uiteindelijk in 1875 overlijden.

Hoe Johan en Grietje elkaar ontmoet hebben zal waarschijnlijk nooit helemaal duidelijk worden. In 1845 is Johan 25 jaar en is Margaretha 18 maar het zal zeker in Den Haag zijn gebeurd. Johan is soldaat, Grietje is in dienst bij rijke Hagenaars en in hun spaarzame vrije tijd zullen ze elkaar ontmoet hebben. Johan is bevriend met Abraham Lagas, een dertigjarige Leidenaar die ook grenadier is.

geboorteakte

Johan Wilhelmina Cornelia Kamper

In april 1847 wordt Grietje, als ze 19 is, zwanger. Ze is ongetrouwd en het zal waarschijnlijk niet gewenst zijn maar op dinsdag 11 januari 1848 wordt haar dochter Johanna Cornelia Wilhelmina geboren, mijn overgrootmoeder. De namen komen van drie zussen van Grietje, ze is blijkbaar gehecht aan haar familie.

Hoe Johan en Grietje elkaar ontmoet hebben zal waarschijnlijk nooit helemaal duidelijk worden. In 1845 is Johan 25 jaar en is Margaretha 18 maar het zal zeker in Den Haag zijn gebeurd. Johan is soldaat, Grietje is in dienst bij rijke Hagenaars en in hun spaarzame vrije tijd zullen ze elkaar ontmoet hebben. Johan is bevriend met Abraham Lagas, een dertigjarige Leidenaar die ook grenadier is.

De aangifte wordt o.a. door Johan Bastiaan Benner en zijn vriend Abraham Lagas gedaan bij de Burgerlijke Stand van Den Haag. Bij die aangifte staat vermeld dat hij grenadier is, net als Abraham Lagas. Johanna Cornelia Wilhelmina krijgt uiteraard de achternaam Kamper. Het zijn moeilijke tijden. Johan en Grietje willen bij elkaar blijven maar hebben geen inkomen. Ze besluiten te verhuizen naar Rotterdam waar de haven groeit en er meer kansen zijn op werk en dus geld. Cornelia, Grietje’s zuster, en haar echtgenoot Egbertus Everstijn gaan ook mee.

Grenadier ontmoet dienstmeisje
Een grenadier ontmoet een dienstmeisje. Zo moet het ongeveer gegaan zijn in Den Haag.

In 1840 overlijdt Johan Bastiaan Benner sr., bloemist in Den Haag. Het feit dat er een rouwadvertentie kon worden geplaatst betekent dat het relatief goed met de Benners ging. En met de advertentie werd niet alleen familie van zijn heengaan op de hoogte gebracht, maar ook klanten en zakenrelaties.In het bericht vermeldt Maria dat ze 7 kinderen hebben.

In Rotterdam

Bittere armoede

Op 20 juli 1851 wordt Johan en Grietje’s tweede dochter, Margaretha Cornelia, geboren, in de Schubdevisteeg in Rotterdam. Johanna is dan 3,5 jaar, de leefomstandigheden zijn zwaar. En weer 1,5 jaar later wordt een derde dochter, Wilhelmina Antonia, geboren, ditmaal aan de Schiedamsche Dijk. In 1853 sterft Margaretha Cornelia, ruim 2 jaar oud. Een jaar later, in 1854, wordt een zoon geboren, Johan Bastiaan. Dan overlijdt in 1855 Wilhelmina Antonia en een klein jaar later sterft ook hun zoontje Johan Bastiaan. Johanna is weer enig kind en is dan 8 jaar oud.

Schubdevis
De Schubdevisteeg (groen) lag op een plek in Rotterdam vlakbij de Goudse Singel en het Oostplein. Het was wat we nu een achterbuurt zouden noemen, heel slechte huizen, donker, erg ongezond om er te wonen. Op dit kaartje kun je goed zien hoe de woningen werden gebouwd (rood). Tegen elkaar aan, 3 of 4 etages, nauwelijks ramen, vaak alleen een deur. Geen toiletten of keukens, alles gebeurde in dezelfde ruimtes. In een huis hier kreeg ze haar tweede dochter, Margaretha Cornelia. Zodra het kon leefden kinderen op straat, er was thuis toch geen aandacht voor ze. Grietje was 25 jaar toen ze hier woonde, Johanna was 4.
Johanna wordt een Benner

In mei 1857 wordt opnieuw een zoon geboren die weer de namen Johan Bastiaan krijgt. Johanna is dan 9 jaar oud. Blijkbaar gaat het nu wat beter met Johan en Grietje want aan het eind van dat jaar trouwen ze in Rotterdam. De beide kinderen Johanna en J.B. jr. worden door Johan erkent als zijn kinderen en krijgen de achternaam Benner. Rotterdam groeit en er worden nieuwe wijken gebouwd. In één van die wijken gaan Johan en Grietje wonen. Ze komen terecht op de Coolskade 521 in Rotterdam-Noord net ten noorden van het treinstation van Hollands Spoor. Daar blijven ze wonen tot Johan Bastiaan in 1877 overlijdt. Grietje krijgt nog 7 kinderen. Slechts twee ervan zullen opgroeien, de anderen sterven voor hun eerste of tweede levensjaar.

Johanna’s jonge jaren

Johanna groeit op aan de Coolskade in Rotterdam. Er wonen veel havenarbeiders, vrijwel alle gezinnen in de buurt zijn uit alle windstreken naar Rotterdam gekomen. Hier hopen de mannen werk te vinden om hun gezin te kunnen onderhouden. Johanna wordt ouder en heeft al op jonge leeftijd een vriendje. Als ze 17 jaar is wordt ze zwanger en ze bevalt in 1866 van een dochter, Margaretha, thuis, bij haar ouders op de Coolskade. Haar moeder Grietje is dan ook hoog zwanger en zij bevalt een maand later van Willem Carel Benner, een jongetje dat in december van dat jaar al overlijdt. Dochtertje Margaretha wordt slechts 2 jaar. Kort daarna wordt Johanna weer zwanger en ze bevalt nu van een zoon, Cornelis Hendrikus in 1869 op de Raamstraat 45. Hij wordt slechts 4 maanden oud.

Johannes Marinus de Swart

Inmiddels heeft Johanna een man gevonden met wie ze op 21 december 1870 trouwt. Of hij de vader is van haar twee inmiddels overleden kinderen is niet duidelijk. Haar echtgenoot heet Johannes Marinus de Swart en is 6 jaar ouder dan Johanna. Mogelijk woonde hij op de Nadorstlaan, een straat dichtbij de Coolskade, aan de andere kant van het station. Mogelijk kenden de vaders van de twee elkaar via het werk. Het jonge paar trekt bij de ouders van Johanna in op Coolschekade 519 en zij bevalt op 20 juli 1871 van een dochter, Maria Alida. Johannes is pakhuisknecht. Een tweede dochter, Johanna Margaretha, wordt op 26 januari 1873 geboren in de Zandstraat, een beruchte straat in het oude Rotterdam.

Tragedie

Dan op 6 november 1873 overlijdt haar dochtertje Maria Alida en een dag later sterft haar echtgenoot Johannes Marinus, op 31-jarige leeftijd. Wat was hier aan de hand? Ziekte? Een ongeval? Brand? Toeval? Uit krantenberichten uit die tijd weet ik dat er roodvonk heerste in Rotterdam. Nu een redelijk onschuldige ziekte, toen vaak dodelijk door de slechte hygiëne en de grotere kans op longontsteking. Johanna blijft met haar jongste kind achter en is weduwe. Ze trekt weer in bij haar ouders op de Coolschekade.

Intussen ergens anders in Rotterdam ....

Kornelis Trouwborst

Kornelis Trouwborst wordt geboren in 1829 in Ouderkerk aan den IJssel. In 1843 of 1844 gaat het hele gezin van Teunis Trouwborst, de vader van Kornelis, naar Rotterdam. Teunis is schipper. Kornelis is dan 13 jaar. Daar ontmoet hij als 20-jarige jongeman de eveneens 20-jarige Maria Engelina de Swart, de zus van Johannes Marinus de Swart. Johannes is dan pas 7 jaar. In april 1850 trouwen Kornelis en Maria Engelina. Kornelis woont dan bij zijn ouders in de Banketstraat 226, het gezin van Petrus Josephus de Swart, de vader van Maria en van Johannes, wonen in de Oppert bij de Hoedemakersgang. Hun huwelijk zal 35 jaar duren. Barbara, de oudste dochter van Kornelis, wordt geboren in 1850 in de Banketstraat 126. Zijn tweede dochter, Maria Engelina, is geboren in 1855, op de Botersloot 546. Kornelis is eerst sjouwer, dan aardwerker (grondwerker), later heiknecht en heibaas.

Andreas Johannes de Vries
Overlijden in Maasbode
Een pagina uit de Rotterdamse krant De Maasbode van maandag 9 november 1873. In de rubriek “Burgerlijke Stand” worden Maria Alida en Johannes Marinus opgesomd tussen de overledenen van de afgelopen dagen. Als je de rubriek goed bekijkt valt gelijk op dat een groot deel van de overledenen heel jonge kinderen betreft.

In oktober 1875 wordt opnieuw een dochter geboren, in de Tweede Lombardstraat in Rotterdam. Ze krijgt de naam Cornelia en de achternaam Benner, de meisjes naam van Johanna. Wie de vader is, is niet duidelijk maar mogelijk is dat Andreas Johannes de Vries. Want op 20 maart 1876 trouwen Andreas en Johanna en Andreas erkent Cornelia als zijn dochter en zij krijgt zijn achternaam. Andreas woont in de Leeuwenstraat, Johanna in de 2e Lombardstraat. Hun tweede dochter Elisabeth Maria wordt geboren in een huis aan de Zwaanshals. Andreas en Johanna zijn dus verhuisd naar weer een nieuwe wijk in het noorden van Rotterdam. In deze buurt zal ook Trientje Gerritsen van der Hoop opgroeien. Johanna heeft inmiddels 4 dochters, één van Johannes Marinus de Swart, nu 6 jaar oud, en 3 van Andreas. In 1880 wordt een zoon geboren, Cornelis. In 1882 opnieuw een meisje. Zij wordt niet ouder dan 5 maanden. Dan weer een jongen die naar zijn grootvader wordt genoemd, Johan Bastiaan.

Handtekening Andreas de Vries
De handtekening van Andreas de Vries. Gezien zijn levensloop heeft hij moeilijke tijden meegemaakt.
De vraag is nu hoe het staat met het huwelijk van Andreas Johannes en Johanna. Kornelis is in 1885 gescheiden van Maria Engelina de Swart, na 35 jaar getrouwd te zijn geweest. Hij woont een paar huizen van de De Vries’en vandaan in de Fabriekstraat in Rotterdam. In 1885 wordt het laatste kind geboren met de naam De Vries, mijn grootvader, Johannes Marinus. Veelbetekenend is dat hij volledig vernoemd is naar Johanna’s eerste echtgenoot die op dat moment al 12 jaar daarvoor is overleden. Was Andreas Johannes de Vries al uit het gezin vertrokken? In 1890 trouwt hij opnieuw, nu met Elisabeth Maria Jagermans. Opvallend is dat Elisabeth ongeveer 53 jaar is, Andreas is 37 jaar. Het huwelijk duurt niet lang. Andreas overlijdt op betrekkelijk jonge leeftijd in 1894, 42 jaar.

Jo de waschvrouw en Kees de heibaas

In ieder geval scheiden ook Johanna en Andreas in 1887, op verzoek van Andreas. Kort daarop trekt Kornelis bij Johanna in. Johannes Marinus de Vries is dan 2 jaar en krijgt op deze manier een nieuwe vader, Kornelis Trouwborst. In 1888 trouwen Kornelis en Johanna als ze 59 en 40 jaar zijn. Mijn moeder vertelde wel eens het verhaal dat zij eigenlijk Trouwborst had moeten heten en niet De Vries.

Geboorteaangifte Jan de Vries
Jan de Vries werd geboren in de Fabriekstraat in Rotterdam. De vroedvrouw doet de aangifte bij de Burgerlijke Stand. Getuigen zijn twee ambtenaren op het stadhuis.
Ik heb nooit iets van dat verhaal begrepen maar nu de gegevens boven water zijn gekomen wordt het duidelijker. Opa De Vries voelde zich waarschijnlijk meer Trouwborst dan De Vries. Zijn (stief)vader heette zo, zijn moeder vanaf 1888 ook, zijn kleine zusje eveneens. Mogelijk is zelfs dat Kornelis de biologische vader is van Johannes Marinus. Dat verhaal heeft hij ongetwijfeld vaak verteld aan zijn kinderen. Trientje, zijn latere vrouw, mjin oma, heeft haar echtgenoots vader en moeder nooit gekend. Zij kon het niet nagaan. We zullen het nooit echt weten.

Steigersgracht 1900

Tweemaal een foto van de Steigersgracht in Rotterdam. De bovenste is genomen rond het begin van de 20ste eeuw. Huizen dicht op elkaar, overhangende balustrades om ruimte te winnen, veel vuil in het water. Zo hebben veel van mijn voorouders de stad gekend.

De tweede foto, hieronder, is gemaakt in 2015. Ruimte alom, het water ziet er schoon uit. Maar de sfeer van de oude binnenstad is volledig verdwenen. Om te wonen een hele verbetering maar het gemis van Rotterdam blijft, ook 70 jaar na de oorlog. Het beeld van Zadkin had niet duidelijker kunnen zijn. Rotterdam is z'n oude hart voorgoed kwijt.

Steigersgracht 2015

Epiloog

Wat gebeurt er verder?

Kornelis en Johanna schelen 19 jaar in leeftijd. Dat wreekt zich relatief snel. Kornelis overlijdt op 70-jarige leeftijd in Rotterdam in 1899. Opa is 15 jaar. Zijn moeder is dan 51. Als Johannes Marinus 23 is trouwt hij met Elizabeth Timmers, in 1908. Zijn moeder is daar nog bij. Maar 2 jaar later in 1910 overlijdt ook zij, op 62-jarige leeftijd, na een zeer bewogen leven. Ze had in totaal 5 verschillende achternamen, kreeg 12 kinderen en had bij leven 12 kleinkinderen.

Johanna en haar moeder Margaretha hebben lange tijd van hun leven bij elkaar in de buurt gewoond. Margaretha overleeft Johanna zelfs en overlijdt uiteindelijk in 1916, op 89-jarige leeftijd. Het huwelijk van Johannes en Elizabeth loopt niet goed. Ze krijgen weliswaar 3 dochters maar de oudste sterft binnen een jaar. De tweede wordt 9 jaar. De derde wordt uiteindelijk 23 jaar. Johannes en Elizabeth scheiden in 1919, 9 maanden later trouwt hij met oma, Trientje Gerritsen van der Hoop. Ze hebben al een aantal jaren een relatie want hun oudste dochter, Johanna Maria, tante Jo voor mij, is hun eerste kind, geboren in 1917. Als laatste kind wordt mijn moeder geboren in 1929. Ze was een echte Rotterdamse. En door het lot ben ik ook Rotterdammer geworden. Ik ben trots op mijn roots, zeker die uit Rotterdam!