Pasquier’s vlucht naar Leiden

Deze kaart uit 1610 laat het Franse deel van Vlaanderen zien met Lille en Flandre als middelpunt.
Lille heet Rijssel in het Nederlands. De mensen in deze omgeving spraken deels Frans, deels Vlaams, afhankelijk van hun status. De Spaanse brandschatting was toen al enkele decennia achter de rug in deze streken. De oorlog had zich inmiddels naar het noorden verplaatst.

Ook Armin van Buuren heeft voorouders die zijn gevlucht uit Bondues voor de oorlog met de Spanjaarden. In de uitzending vertelt hij dat hij al veel wist over zijn verwanten uit Leiden die vaak werkten in de textielindustrie daar.

Verborgen Verleden

In de uitzending van Verborgen Verleden waarin Armin van Buuren een deel van zijn voorouders ontdekte (kijk op NPO-start om de uitzending terug te zien), was er aandacht voor het plaatsje Bondues. Dit plaatsje ligt in Frankrijk, vlak bij Lille, net over de grens van België en Frankrijk.

Dat trok gelijk mijn aandacht. Want ook vroege voorouders van Carla, mijn echtgenote, komen uit Bondues. Hoe dat zit zie je in de afstammingsreeks hierboven in de stamreeks. De Verbiest’en zijn, voor zover ik tot nu toe kon nagaan, allemaal Leidenaren. En veel oudsten van de Verbiest-gezinnen heetten Theodorus, met als roepnaam Dorus of Doris.

De stamreeks waaruit is af te lezen dat Carla rechtstreeks afstamt van Pasquier Segaar uit Bondues.
Dit gaat 12 generaties terug maar de naam maakt slechts 1 sprong als Willemina Segaar trouwt met Theodorus Verbiest. Hier kun je ook zien waar de naam Carel, die nog steeds in gebruik is bij de Verbiest’en, vandaan komt, namelijk uit de tak van Segaar.

Dorus Verbiest en Mientje Segaar

Een huwelijk onder koning Willem I

In de winter van 1825, op donderdag 20 januari, toen Nederland nog een echt een middelgroot koninkrijk was en koning Willem I het land strak regeerde, trouwde de kleermakersknecht Dorus Verbiest met de spinster Willemina Segaar in Leiden. Zij hadden samen al een kind, hun zoontje Dorus, dat nu bij het huwelijk gewettigd werd. Daarna volgden nog meer kinderen, waaronder in 1826 Carel Johannes, een voorouder van Carla.

Met dit huwelijk werd de verbinding gemaakt met de familie Segaar die, zoals je kunt zien, haar wortels heeft in Frankrijk en wel in het plaatsje Bondues.

Want de verre voorouder Pasquier Segaar vertrok uit Bondues om zijn geluk te gaan zoeken in de Noordelijke Nederlanden en kwam, net als veel plaatsgenoten blijkens het verhaal van Armin van Buuren’s voorouders, naar Leiden. Daar trouwde hij met Catherine Du Bonnet, waarschijnlijk ook afkomstig uit Frankrijk en het is mogelijk dat zij al samen waren op hun vlucht.

Het plaatsje Bondues bestaat nog steeds maar er is weinig tot niets over van het verleden. Dit heeft niet alleen te maken met de vernielingen die het Spaanse leger heeft aangericht maar nog meer met enorme verwoestingen die plaatsvonden tijdens de eerste wereldoorlog.
Op de voorgrond kun je de begraafplaats zien liggen. Ik betwijfel of daar nog namen zijn te vinden die stammen uit de 16e en 17e eeuw.

De Marekerk in Leiden waar Theodorus Verbiest Nederlands Hervormd werd gedoopt.

Van Rijsel naar Leiden

In 1796, op zondag 15 mei, wordt de jongste Theodorus Verbiest gedoopt in de Marekerk in Leiden. Zijn vader Doris Verbiest en zijn moeder Maria Vervloet zijn er natuurlijk bij.

Dat veel mensen uit de omgeving van Lille (Rijsel) naar Leiden kwamen was geen toeval. Vóór 1560 was Leiden een kleine stad waar de lakenproductie een belangrijke bron van levensonderhoud vormde. Maar de reformatie kwam op en zette de verhoudingen binnen de Spaanse Nederlanden flink onder druk. Na de beeldenstorm in 1566 begon al snel de 80-jarige oorlog. Koning Filips II wilde met geweld zijn noordelijke onderdanen tot de orde roepen. Spaanse troepen gingen flink tekeer in de omgeving van Rijssel en Kortrijk. Er vielen veel doden, dorpen en steden werden platgebrand, de bevolking raakte op drift, de armoede nam enorm toe.

De inwoners van Bondues en omgeving zijn tussen 1565 en 1590 in grote getalen vertrokken op zoek naar een beter bestaan. Pasquier is waarschijnlijk als jongeman al weggegaan, misschien alleen of met z’n ouders, misschien met meerdere families tegelijk. Zij waren echte vluchtelingen die probeerden te ontsnappen aan het oorlogsgeweld en hun kinderen een betere toekomst wilden geven. In het document dat je hier kunt inzien en dat is uitgezocht door een mij onbekende genealoog, kun je zien dat er nogal wat mensen uit Bondues komen. Overigens komen er ook heel veel mensen uit aangrenzende streken. Een bekend gebied is bijvoorbeeld Hondschoote dat een stuk westelijker van Lille ligt. Pasquier woonde en werkte in 1610 al in Leiden. Hij was clavecimbelmaecker en later poortwachter in Leiden. Vrijwel zeker heeft hij zijn geboorteplaats niet meer teruggezien.

De Breestraat is de belangrijkste straat in Leiden. Er staan belangrijke gebouwen zoals het stadhuis en de stadsschouwburg dat je rechts verderop kunt zien. Deze foto is uit 1929.

Naar Leiden

In die omgeving rond Lille woonden en werkten vele mensen die werkten in de lakenindustrie. Ze raakten hun baan en inkomen kwijt en konden kiezen uit twee opties. Blijven en met de honger en armoede leren leven of vertrekken naar betere oorden en hopen op een betere toekomst. Aangezien bijna alle mensen erg gehecht zijn aan huis en haard, was de beslissing vaak lastig. Maar tussen 1580 en 1585 kozen veel mensen ervoor om toch uit Bondues te vertrekken, richting noorden. Ik vermoed dat ze in groepen reisden, hun kostbaarste spullen meenemend, voorzover dat kon. Ik denk dat daar ook veel werktuigen uit de lakenindustrie bij zaten. Zo kwamen velen o.a. in Leiden terecht.

In 1581 had Leiden ongeveer 12.000 inwoners, voor die tijd een niet gering aantal. Maar de instroom van vluchtelingen uit het deels verwoeste Vlaanderen was enorm. In korte tijd groeide de stad met duizenden nieuwkomers, van heinde en verre komend, overigens niet alleen uit Vlaanderen. Zo had Leiden in 1622 ongeveer 45.000 inwoners, een verviervoudiging in 40 jaar. De stad groeide flink uit haar jasje.

Dat zal ongetwijfeld tot onderlinge frictie hebben geleid maar als snel was duidelijk dat de mensen uit Frankrijk en Vlaanderen zeer waardevolle kennis en ervaring meebrachten. Leiden groeide uit tot één van de belangrijkste Hollandse steden in de Gouden Eeuw, mede dankzij de vele Vlaamse vluchtelingen, waaronder de Segaars. Deze van oorsprong Franse familie woont dus als meer dan 400 jaar in Leiden. Veel Leidser kunnen ze niet worden vermoed ik!

2 Reacties

  1. Nico Segaar

    Wat een toeval! Doe al sinds 1990 stamboomonderzoek naar de familie Segaar en wordt net getriggered door de titel van dit stuk; “Pasquier´s vlucht naar Leiden”.
    Heb de uitzending van “Verborgen Verleden” met Armin van Buuren helaas gemist, maar ga hem nog een keer opzoeken.

    Antwoord
  2. Nico Segaar

    Het stuk; “Pasquier´s vlucht naar Leiden” nog eens teruggelezen, was gisteren te enthousiast, maar moet vaststellen dat deze roots ook de mijne zijn. Ik stam in één rechte lijn ook van Pasquier Carelsz. Segaar af…

    Nog een anekdote. Als clavecimbelmaker kon Pasquier slecht het brood verdienen en ging over tot het maken van weefgetouwen. Volgens Stadsarchief van Leiden 1574-1816, 501A in het Archief Gilden, 774, stuurt Pasquier Segar een request om nog een lintmolen te mogen oprichten ondanks zijn armoede, 1605.

    Antwoord

Een reactie versturen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *